nl_synonyms

Edunuova

Dutch


synonyms.

Dutch synonyms

For C1-C2 learners: Let’s enrich your Dutch vocabulary. You already know the basics, but now you want to make your vocabulary more versatile. You want to express yourself with more nuance and precision. You don’t just want to say groot, you want to say monumentaal. You don’t just want to say klein,  you want to say bescheiden.

Below, you will find a list of Dutch words with many rich and meaningful synonyms. These alternatives will help you expand your vocabulary and make your Dutch sound more natural and sophisticated.

This page is a work in progress. I will gradually add more words and make it increasingly interactive with visuals, quizzes, and other activities to help you understand, remember, and learn in a more intuitive way. Stay tuned for updates.

Last updated: 24.7.2026.

Letter A

  • arm (EN: poor): blut, arm, armoedig, behoeftig, kansarm, berooid, onbemiddeld, onvermogend, straatarm, noodlijdend, verpauperd, marginaal, pauper, desolaat, verstoken, zonder middelen, financieel zwak, in armoede levend, berooid geraakt, behoeftig

Letter B

  • bang (EN: afraid, scared): bang, angstig, onzeker, bezorgd, nerveus, gespannen, schuchter, bevreesd, vreesachtig, schrikachtig, paniekerig, angstvallig, beducht, huiverig, benauwd, schroomvallig, bevangen door angst, sidderend, doodsbang, doodsbenauwd
  • bedroefd (EN: sad, sorrowful): verdrietig, treurig, somber, droevig, ongelukkig, neerslachtig, teneergeslagen, verslagen, aangedaan, ontroerd, weemoedig, zwaarmoedig, melancholisch, mistroostig, gedeprimeerd, diepbedroefd, ontredderd, wanhopig, radeloos, ontroostbaar
  • belangrijk (EN: important): belangrijk, nodig, waardevol, relevant, bijzonder, essentieel, cruciaal, bepalend, doorslaggevend, wezenlijk, fundamenteel, invloedrijk, betekenisvol, vitaal, onmisbaar, prioritair, gewichthebbend, richtinggevend, allesbepalend, van doorslaggevend belang
  • belachelijk (EN: ridiculous): gek, raar, vreemd, onzinnig, dwaas, absurd, belachelijk, lachwekkend, onlogisch, onredelijk, bespottelijk, idioot, belachelijk gemaakt, absurdistisch, potsierlijk, ridicuul, grotesk, krankzinnig, waanzinnig, te gek voor woorden
  • bereid (EN: willing, prepared): klaar, bereid, beschikbaar, geneigd, open, gewillig, enthousiast, gemotiveerd, ingesteld, van plan, vastbesloten, voornemend, ontvankelijk, genegen, bereidwillig, toegeeflijk, meegaand, volgzaam, inschikkelijk, welwillend
  • beschikbaar (EN: available): vrij, beschikbaar, toegankelijk, bereikbaar, aanwezig, voorhanden, beschikbaar gesteld, inzetbaar, bruikbaar, te gebruiken, open, beschikbaar zijnde, vindbaar, verkrijgbaar, leverbaar, beschikbaar gemaakt, beschikbaar gesteld, aanwezig zijnde, beschikbaar voor gebruik, ter beschikking
  • blij (EN: happy): blij, vrolijk, tevreden, gelukkig, opgewekt, opgelucht, enthousiast, verheugd, dankbaar, voldaan, uitgelaten, verrukt, jubelend, dolblij, in de wolken, zielsgelukkig, euforisch, extatisch, uitzinnig van vreugde, overgelukkig
  • boos (EN: angry): boos, kwaad, geïrriteerd, nijdig, chagrijnig, gefrustreerd, ontstemd, verontwaardigd, woedend, razend, furieus, ziedend, laaiend, verbitterd, verbolgen, gramstorig, toornig, misnoegd, getergd, buiten zinnen
  • breed (EN: wide, broad): breed, ruim, groot, wijd, omvangrijk, uitgebreid, fors, aanzienlijk, uitgestrekt, royaal, grootschalig, breedvoerig, veelomvattend, allesomvattend, panoramisch, omvangrijk, verstrekkend, diepgaand, algemeen, universeel

    Letter C

    Letter D

    • dapper (EN: brave, courageous): dapper, moedig, stoer, sterk, heldhaftig, vastberaden, onbevreesd, onverschrokken, kordaat, strijdlustig, resoluut, stoutmoedig, vermetel, waaghalzig, koelbloedig, onvervaard, ridderlijk, heroïsch, martiaal, heldenmoedig
    • dik (EN: fat, thick): dik, stevig, gezet, mollig, vol, rond, zwaar, fors, volslank, breed, corpulent, zwaarlijvig, obees, omvangrijk, massief, log, volumineus, uitgedijd, fors gebouwd, kolossaal
    • dom (EN: stupid, foolish): dom, stom, simpel, naïef, onnozel, dwaas, onverstandig, kortzichtig, beperkt, onwetend, onbenullig, bekrompen, leeghoofdig, stompzinnig, dwaasachtig, intellectueel zwak, onkundig, niet bijster slim, onbenul, verstandeloos
    • druk (EN: busy, crowded): druk, bezig, vol, actief, levendig, rumoerig, hectisch, chaotisch, gejaagd, intensief, overweldigend, turbulent, onrustig, overbelast, roerig, woelig, stormachtig, tumultueus, hectisch georganiseerd, chaotisch van aard
    • dun (EN: thin, slim): dun, smal, slank, mager, tenger, fijn, iel, fragiel, schriel, spichtig, sprieterig, broos, uitgemergeld, schraal, nietig, graatmager, filigraan, ijl, tenger gebouwd, uitgedroogd

    Letter E

    • eerlijk (EN: honest, fair): eerlijk, oprecht, betrouwbaar, echt, open, zuiver, rechtvaardig, integer, transparant, waarheidsgetrouw, authentiek, loyaal, gewetensvol, rechtschapen, onkreukbaar, principieel, onbevooroordeeld, onpartijdig, onomkoopbaar, volkomen betrouwbaar
    • eenvoudig (EN: simple, easy): makkelijk, simpel, eenvoudig, helder, duidelijk, gemakkelijk, toegankelijk, overzichtelijk, ongecompliceerd, probleemloos, basaal, elementair, rechtlijnig, vanzelfsprekend, ongekunsteld, bescheiden, sober, primitief, ongecompliceerd, ongekunsteld
    • ernstig (EN: serious, severe): serieus, zwaar, belangrijk, zorgelijk, ernstig, intens, ingrijpend, diepgaand, zwaarwegend, problematisch, kritiek, dringend, alarmerend, verontrustend, vergaand, verstrekkend, levensbedreigend, noodlottig, schrijnend, dramatisch

    Letter F

    • fantastisch (EN: fantastic, amazing): geweldig, fantastisch, mooi, goed, prachtig, uitstekend, schitterend, bijzonder, indrukwekkend, fenomenaal, buitengewoon, verbluffend, sensationeel, magnifiek, subliem, briljant, grandioos, spectaculair, uitzonderlijk, onovertroffen
    • fout (EN: wrong, incorrect): verkeerd, fout, onjuist, incorrect, mis, gebrekkig, onnauwkeurig, ondeugdelijk, onwaar, misplaatst, twijfelachtig, gebrekkig onderbouwd, problematisch, onacceptabel, afkeurenswaardig, laakbaar, kwalijk, ondeugdelijk, desastreus, funest

    Letter G

    • gaaf (EN: cool, great): leuk, mooi, goed, geweldig, tof, cool, bijzonder, indrukwekkend, fantastisch, schitterend, origineel, uniek, opvallend, spectaculair, buitengewoon, fenomenaal, uitzonderlijk, verbluffend, legendarisch, ongeëvenaard
    • geduldig (EN: patient): rustig, kalm, verdraagzaam, tolerant, beheerst, ontspannen, lankmoedig, toegeeflijk, inschikkelijk, volhardend, standvastig, zelfbeheerst, berustend, mild, zachtmoedig, toegeeflijk, verdraagzaam, onverstoorbaar, gelijkmatig, onvermoeibaar
    • gek (EN: crazy, strange): raar, vreemd, apart, bijzonder, ongewoon, merkwaardig, eigenaardig, vreemdsoortig, absurd, dwaas, krankzinnig, gestoord, waanzinnig, buitensporig, extreem, bizar, grotesk, absurdistisch, excentriek, ongerijmd
    • gemeen (EN: mean, nasty): slecht, vals, gemeen, onaardig, wreed, hard, kwaadaardig, venijnig, boosaardig, hatelijk, kwaadaardig gezind, vijandig, meedogenloos, genadeloos, laag, verachtelijk, verwerpelijk, schofterig, doortrapt, gewetenloos
    • gezond (EN: healthy): gezond, fit, sterk, vitaal, energiek, krachtig, actief, in orde, wel, fris, levendig, robuust, weerbaar, lichamelijk sterk, kerngezond, blakend gezond, onverzwakt, levenslustig, springlevend, topfit
    • goed (EN: good): goed, prima, fijn, mooi, degelijk, juist, correct, geschikt, positief, uitstekend, geweldig, fantastisch, voortreffelijk, uitmuntend, voorbeeldig, superieur, optimaal, subliem, briljant, onovertroffen
    • groot (EN: big, large): groot, flink, fors, ruim, aanzienlijk, omvangrijk, uitgebreid, enorm, gigantisch, immens, reusachtig, kolossaal, groots, imposant, indrukwekkend, monumentaal, overweldigend, titanisch, majestueus, gigantisch groot

    Letter H

    • hard (EN: hard, tough): hard, stevig, sterk, krachtig, intens, streng, moeilijk, zwaar, meedogenloos, onverzettelijk, onbuigzaam, rigoureus, genadeloos, keihard, onverbiddelijk, vastberaden, compromisloos, strenghartig, staalhard, onwrikbaar
    • hoog (EN: high, tall): hoog, groot, verheven, lang, uitstekend, aanzienlijk, belangrijk, superieur, prominent, vooraanstaand, prestigieus, verheven, indrukwekkend, bovenmatig, uitzonderlijk, uitmuntend, magnifiek, imposant, verheerlijkt, verhevenstaand
    • hulpeloos (EN: helpless): hulpeloos, machteloos, zwak, kwetsbaar, weerloos, afhankelijk, onzeker, onbeschermd, verlaten, hulpbehoevend, reddeloos, machteloos gemaakt, stuurloos, radeloos, verloren, wanhopig, weerloos gesteld, zonder middelen, onmachtig, hulpeloos achtergelaten

    Letter I

    • intelligent (EN: intelligent, smart): slim, knap, verstandig, pienter, scherp, wijs, intelligent, begaafd, gevat, doordacht, briljant, geniaal, scherpzinnig, vindingrijk, vernuftig, hoogbegaafd, uitzonderlijk slim, briljant van geest, intellectueel sterk, buitengewoon begaafd
    • interessant (EN: interesting): leuk, boeiend, interessant, aantrekkelijk, fascinerend, opmerkelijk, bijzonder, intrigerend, spannend, veelzeggend, prikkelend, boeiend om te volgen, leerzaam, verrassend, diepgaand, betekenisvol, meeslepend, intrigerend, fascinerend, buitengewoon boeiend

    Letter J

    • jong (EN: young): jong, nieuw, pril, fris, jeugdig, onervaren, beginnend, groen, onvolwassen, vroeg, jongvolwassen, jeugdelijk, kinderlijk, pas begonnen, vers, ongeschoold, onbedorven, onbevangen, nieuwbakken, pril van leeftijd

    Letter K

    • klein (EN: small): klein, kort, smal, beperkt, gering, bescheiden, compact, eenvoudig, minuscuul, piepklein, nietig, minimaal, onbeduidend, verwaarloosbaar, microscopisch, futiel, marginaal, insignifiant, onaanzienlijk, te verwaarlozen
    • kwaad (EN: angry, evil): boos, kwaad, geïrriteerd, nijdig, chagrijnig, woedend, razend, furieus, ziedend, laaiend, verbolgen, ontstemd, verbitterd, gramstorig, toornig, misnoegd, vijandig, kwaadaardig, boosaardig, verderfelijk

    Letter L

    • lelijk (EN: ugly): lelijk, onaantrekkelijk, niet mooi, onaangenaam, afstotelijk, onooglijk, foeilelijk, afschuwelijk, afzichtelijk, weerzinwekkend, wansmakelijk, misvormd, afstotend, monsterlijk, wanstaltig, gruwelijk, afgrijselijk, afschrikwekkend, mismaakt, afschuwwekkend
    • lief (EN: sweet, kind): lief, aardig, vriendelijk, zacht, schattig, hartelijk, warm, zorgzaam, attent, innemend, charmant, beminnelijk, vertederend, aandoenlijk, teder, dierbaar, goedhartig, voorkomend, liefdevol, allerliefst

    Letter M

    • makkelijk (EN: easy): makkelijk, eenvoudig, gemakkelijk, simpel, helder, duidelijk, toegankelijk, haalbaar, overzichtelijk, ongecompliceerd, probleemloos, vanzelfsprekend, moeiteloos, laagdrempelig, behapbaar, uitvoerbaar, niet ingewikkeld, eenvoudig te begrijpen, vanzelfgaand, ongecompliceerd
    • moe (EN: tired): moe, slaperig, vermoeid, futloos, uitgeput, afgemat, kapot, uitgeblust, leeg, verzwakt, afgepeigerd, uitgeput geraakt, afgeleefd, versleten, uitgewoond, uitgeput tot op het bot, uitgeput van inspanning, totaal uitgeput, uitgeput en krachteloos, volledig uitgeblust
    • moeilijk (EN: difficult): moeilijk, lastig, zwaar, ingewikkeld, complex, problematisch, uitdagend, zwaarwegend, gecompliceerd, diepgaand, veeleisend, ingewikkeld van aard, complex van structuur, weerbarstig, ontoegankelijk, ondoorgrondelijk, ingewikkeld te begrijpen, problematisch, bijna onmogelijk, onuitvoerbaar
    • mooi (EN: beautiful): mooi, leuk, aantrekkelijk, knap, fraai, prachtig, schitterend, charmant, stijlvol, elegant, sierlijk, indrukwekkend, beeldschoon, wonderschoon, oogverblindend, adembenemend, subliem, magnifiek, luisterrijk, onovertroffen
    • mogelijk (EN: possible): mogelijk, haalbaar, uitvoerbaar, denkbaar, waarschijnlijk, voorstelbaar, realistisch, bereikbaar, kansrijk, aannemelijk, denkbaar, plausibel, realiseerbaar, levensvatbaar, ontvankelijk, vatbaar, voor de hand liggend, binnen bereik, uitvoerbaar gemaakt, realiseerbaar
    • moedig (EN: brave): dapper, moedig, stoer, sterk, heldhaftig, vastberaden, onbevreesd, onverschrokken, kordaat, resoluut, stoutmoedig, vermetel, waaghalzig, koelbloedig, onvervaard, strijdlustig, heldenmoedig, ridderlijk, heroïsch, onverschrokken
    • minder (EN: less): minder, lager, kleiner, beperkt, gering, zwakker, minderwaardig, onvoldoende, schaars, minimaal, marginaal, ondergeschikt, verlaagd, gereduceerd, beperkt van omvang, verwaarloosbaar, geringwaardig, nauwelijks aanwezig, minuscuul, minimaal

    Letter N

    • nieuw (EN: new): nieuw, vers, recent, modern, actueel, hedendaags, vernieuwd, ongebruikt, pasgemaakt, oorspronkelijk, eigentijds, fris, vernieuwend, vooruitstrevend, innovatief, baanbrekend, origineel, modernistisch, ultramodern, state-of-the-art
    • nuttig (EN: useful): handig, bruikbaar, nuttig, praktisch, waardevol, effectief, doelmatig, functioneel, geschikt, zinvol, betekenisvol, efficiënt, productief, doeltreffend, toepasbaar, relevant, dienstbaar, bevorderlijk, profijtelijk, onmisbaar

    Letter O

    • oud (EN: old): oud, bejaard, op leeftijd, verouderd, antiek, klassiek, traditioneel, gedateerd, versleten, achterhaald, historisch, ouderwets, archaïsch, eerbiedwaardig, belegen, stoffig, voorbijgestreefd, uit de tijd, monumentaal, eeuwenoud
    • onbelangrijk (EN: unimportant): klein, gering, onbelangrijk, beperkt, irrelevant, bijkomstig, ondergeschikt, marginaal, verwaarloosbaar, nietszeggend, futiel, triviaal, oppervlakkig, betekenisloos, niet ter zake doend, onbeduidend, minuscuul, irrelevant van aard, zonder gewicht, van weinig betekenis
    • onzeker (EN: uncertain, unsure): twijfelachtig, onzeker, aarzelend, twijfelend, wankel, instabiel, onvast, onzeker van zichzelf, besluiteloos, weifelend, voorzichtig, terughoudend, onbeslist, onduidelijk, onvoorspelbaar, ongewis, problematisch, onzeker gesteld, vaag, onbepaald

      Letter P

        Letter Q

        Letter R

        • raar (EN: strange, weird): vreemd, apart, ongewoon, bijzonder, eigenaardig, merkwaardig, afwijkend, opmerkelijk, zonderling, bizar, absurd, vreemdsoortig, excentriek, ongewoonlijk, wonderlijk, curieus, bevreemdend, grotesk, ongerijmd, buitenissig
        • rijk (EN: rich): rijk, welgesteld, vermogend, kapitaalkrachtig, welvarend, gefortuneerd, financieel sterk, bemiddeld, kapitaalkrachtig, gefortuneerd, welbedeeld, rijkelijk voorzien, overvloedig, vermogend, puissant rijk, kapitaalkrachtig, fortuinlijk, financieel onafhankelijk, zeer vermogend, steenrijk
        • rustig (EN: calm, quiet): rustig, kalm, stil, ontspannen, vredig, bedaard, beheerst, sereen, gemoedelijk, ontspannen, ongestoord, gelijkmatig, kalmerend, vredelievend, onverstoorbaar, harmonieus, sereen van aard, gemoedsrustig, zen, volkomen kalm

        Letter S

        • samen (EN: together): samen, gezamenlijk, gezamenlijkheid, met elkaar, tezamen, verenigd, verbonden, gecombineerd, collectief, gezamenlijk uitgevoerd, in samenwerking, eensgezind, solidair, verenigd, gecoördineerd, geïntegreerd, gezamenlijk optredend, collectief georganiseerd, als geheel, in harmonie
        • slecht (EN: bad): slecht, fout, verkeerd, matig, zwak, beroerd, waardeloos, gebrekkig, teleurstellend, ellendig, rampzalig, desastreus, funest, verwerpelijk, kwalijk, abominabel, erbarmelijk, ondermaats, bedenkelijk, miserabel
        • slim (EN: smart, clever): slim, handig, knap, verstandig, scherp, pienter, intelligent, wijs, doordacht, briljant, geniaal, scherpzinnig, vindingrijk, vernuftig, gevat, begaafd, briljant van geest, hoogbegaafd, uitzonderlijk intelligent, meesterlijk
        • smerig (EN: dirty, disgusting): vies, vuil, goor, smerig, onfris, ranzig, bevuild, onhygiënisch, verontreinigd, besmet, bezoedeld, bedorven, vunzig, walgelijk, afstotelijk, weerzinwekkend, walgingwekkend, verwerpelijk, abject, ronduit smerig
        • snel (EN: fast): snel, vlug, rap, gauw, spoedig, vlot, haastig, voortvarend, vliegensvlug, razendsnel, bliksemsnel, pijlsnel, razendvlug, in hoog tempo, voortvarend, dynamisch, flitsend, supersnel, onmiddellijk, ogenblikkelijk
        • sterk (EN: strong): sterk, krachtig, stevig, robuust, solide, gespierd, machtig, fors, intens, overtuigend, weerbaar, onverzettelijk, standvastig, onwrikbaar, krachtig opgebouwd, dominant, indrukwekkend, onverslaanbaar, onbreekbaar, ijzersterk
        • stoppen (EN: to stop): stoppen, ophouden, eindigen, beëindigen, staken, afsluiten, onderbreken, afbreken, nalaten, stilleggen, stopzetten, beëindigen, afzien van, terugtreden, zich terugtrekken, opschorten, onder controle brengen, een einde maken aan, beëindigen van, volledig staken

        Letter T

        • tevrede (EN: satisfied, content): tevreden, blij, voldaan, gelukkig, content, gerustgesteld, opgelucht, dankbaar, ingenomen, enthousiast, verheugd, voldaan over, tevreden gesteld, verzadigd, behaagd, gelukkig gestemd, in zijn nopjes, zeer tevreden, volmaakt tevreden, uiterst voldaan
        • trots (EN: proud): trots, blij, tevreden, verheugd, fier, zelfverzekerd, voldaan, dankbaar, ingenomen, vereerd, verheugd over, zelfbewust, waardig, eervol, glorieus, hoogmoedig, zelfgenoegzaam, fier gestemd, verheven, triomfantelijk

          Letter U

          Letter V

          • verdrietig (EN: sad): verdrietig, droevig, treurig, somber, ongelukkig, bedroefd, neerslachtig, teneergeslagen, verslagen, aangedaan, ontroerd, weemoedig, zwaarmoedig, melancholisch, mistroostig, gedeprimeerd, radeloos, wanhopig, diepbedroefd, ontroostbaar
          • vermoeid (EN: tired, exhausted): moe, vermoeid, slaperig, futloos, afgemat, uitgeput, kapot, uitgeblust, verzwakt, leeg, afgepeigerd, uitgeput geraakt, afgeleefd, versleten, uitgewoond, uitgeput tot op het bot, totaal uitgeput, uitgeput van inspanning, krachteloos, uitgeblust geraakt
          • verstandig (EN: sensible, wise): slim, verstandig, wijs, redelijk, nuchter, doordacht, logisch, verstandig handelend, bedachtzaam, zorgvuldig, weloverwogen, rationeel, bezonnen, oordeelkundig, scherpzinnig, inzichtelijk, wijsgerig, verstandig van aard, berekenend, evenwichtig
          • vriendelijk (EN: friendly, kind): aardig, vriendelijk, beleefd, behulpzaam, hartelijk, warm, sociaal, sympathiek, voorkomend, gastvrij, attent, innemend, beminnelijk, zachtaardig, goedhartig, welwillend, menslievend, hartverwarmend, vriendelijk gezind, genereus
          • vuil (EN: dirty): vies, vuil, stoffig, smerig, bevlekt, verontreinigd, bevuild, onfris, onhygiënisch, besmet, aangetast, bezoedeld, vervuild, smerig gemaakt, bedorven, ranzig, goor, onrein, vervuilend, besmet geraakt

          Letter W

          • warm (EN: warm): warm, heet, lauw, behaaglijk, aangenaam, mild, zacht, hartelijk, vriendelijk, liefdevol, gastvrij, innig, teder, gevoelig, betrokken, hartverwarmend, gloedvol, passievol, bezield, liefdevol gezind
          • werken (EN: to work): werken, bezig zijn, functioneren, arbeiden, uitvoeren, doen, handelen, presteren, produceren, bouwen, creëren, verrichten, zwoegen, ploeteren, aanpakken, zich inzetten, inspannen, actief zijn, werkzaam zijn, arbeid verrichten

            Letter X

              Letter Y

              Letter Z

              • zwak (EN: weak): zwak, slap, klein, kwetsbaar, onzeker, breekbaar, gevoelig, machteloos, gebrekkig, onvoldoende, wankel, instabiel, fragiel, weerloos, hulpeloos, futloos, krachteloos, ontoereikend, onmachtig, niet bestand tegen
              • zwaar (EN: heavy, difficult): zwaar, moeilijk, lastig, hard, intens, belastend, vermoeiend, omvangrijk, ernstig, ingrijpend, diepgaand, problematisch, zwaarwegend, veeleisend, drukkend, overweldigend, ondraaglijk, belastend van aard, extreem, immens
              • zeker (EN: certain): zeker, vast, duidelijk, overtuigd, betrouwbaar, gegarandeerd, beslist, ongetwijfeld, stellig, vaststaand, onbetwistbaar, onomstotelijk, absoluut, onweerlegbaar, onherroepelijk, gegarandeerd, zonder twijfel, vastberaden, onaantastbaar, onwankelbaar
              • zoeken (EN: to search): zoeken, speuren, kijken naar, proberen te vinden, opzoeken, onderzoeken, achterhalen, naspeuren, verkennen, opsporen, uitzoeken, ontdekken, traceren, navorsen, doorzoeken, analyseren, exploreren, uitpluizen, graven naar, achterhalen
              • zeggen (EN: to say): zeggen, vertellen, spreken, melden, noemen, aangeven, verklaren, beweren, uitleggen, vermelden, opmerken, toelichten, verkondigen, benadrukken, mededelen, formuleren, uitspreken, poneren, verkondigen, stellen
              • zien (EN: to see): zien, kijken, bekijken, merken, ontdekken, waarnemen, observeren, aanschouwen, opmerken, constateren, vaststellen, herkennen, signaleren, bespeuren, onderscheiden, registreren, aanschouwen, gadeslaan, inspecteren, doorzien